De regering van de Islamitische Republiek heeft het aftreden van olieminister Mohsen Paknejad toegeschreven aan „persoonlijke redenen”. Volgens Iran International zei Mehdi Tabatabaei, plaatsvervangend hoofd communicatie en voorlichting van het presidentiële bureau, dat Paknejad al lang geleden zijn ontslag had ingediend en dat Masoud Pezeshkian het uiteindelijk op zijn eigen aandringen heeft aanvaard.
Pezeshkian aanvaardde het ontslag van Paknejad op de avond van zondag 4 oktober 2026 en benoemde Hamid Bord, algemeen directeur van de Nationale Iraanse Oliemaatschappij, tot waarnemend olieminister. Paknejad was sinds augustus 2024 olieminister.
De zaak van de tussenpersonen en de „trustees” van de olieverkoop
Het aftreden valt samen met de groeiende aandacht voor het netwerk van tussenpersonen waarop de Islamitische Republiek steunt om sancties te omzeilen en olie te verkopen. Iran International meldde op 8 september op basis van twee vertrouwelijke documenten van het ministerie van Olie en de Hoge Nationale Veiligheidsraad dat grote olieladingen op krediet en met forse kortingen waren overgedragen aan vier „trustees” met schulden. In dat rapport werd Mohammad Javad Bavand, de speciale assistent van Paknejad voor het toezicht op de oliehandel, aangewezen als centrale figuur in het beheer van het nieuwe netwerk van tussenpersonen.
Volgens Rigzone had het hoofd van de rechterlijke macht, Gholamhossein Mohseni-Ejei, eerder al kritiek geuit op trustees die ervan worden beschuldigd de opbrengsten van olieverkoop niet naar het land te hebben teruggebracht. Regeringsfunctionarissen hebben geen verband gelegd tussen deze zaak en het aftreden van de olieminister.

Export stilgevallen en een economie onder druk
Volgens Rigzone heeft de Amerikaanse zeeblokkade in de Perzische Golf de olie-export van de Islamitische Republiek, haar belangrijkste bron van buitenlandse valuta, stilgelegd en Teheran gedwongen de productie te verlagen; tegelijk zijn de tekorten aan benzine en aardgas door de oorlog verergerd. Voor zijn aftreden had Paknejad gezegd dat de opbrengsten van reeds verkochte olie nog werden geïnd. De Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent had daarentegen beweerd dat er in de eerste week van oktober geen enkele Iraanse olielading op zee zou zijn.
Ook The Guardian plaatste het aftreden tegen de achtergrond van sterk gedaalde olie-inkomsten, op hol geslagen inflatie en een krimpende Iraanse economie. Er is geen andere officiële reden gegeven voor het vertrek van de olieminister.
De regering noemde het aftreden van de olieminister persoonlijk, maar het gebeurde op het hoogtepunt van de exportstop en de zaak rond de tussenpersonen.

Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste.